Handboeken en roepingen
19. Muziek

‘19. Muziek’, Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (2020).

‘19. Muziek’, Algemeen handboek.

19.

Muziek

19.1

Het doel van muziek in de kerk

In een openbaring aan de profeet Joseph Smith heeft de Heer gezegd: ‘Mijn ziel schept genoegen in het gezang van het hart; ja, het gezang van de rechtvaardigen is Mij een gebed, en het zal verhoord worden met een zegen op hun hoofd’ (Leer en Verbonden 25:12).

Het Eerste Presidium heeft gezegd:

‘Gewijde muziek is een essentieel onderdeel van onze bijeenkomsten. De lofzangen zorgen voor een sfeer waarin de Geest van de Heer aanwezig kan zijn, roepen een gevoel van eerbied op, scheppen een band onder de leden en zijn een middel om de Heer te loven.

‘De beste redevoeringen worden soms gehouden in de vorm van een lofzang. Lofzangen zetten ons aan tot bekering en goede werken, sterken ons getuigenis en ons geloof, troosten de treurenden en de ontmoedigden, en motiveren ons om tot het einde toe te volharden.’ (Lofzangen, VII.)

19.2

Muziek: leidinggevenden in de wijk

19.2.1

Bisschap

De bisschop en zijn raadgevers zien toe op de muziek in de wijk. Zij hebben de volgende taken:

  • Zij roepen en stellen leden van de wijk overeenkomstig deze paragraaf aan om in de muziek werkzaam te zijn.

  • Zij zien er in samenspraak met de algemeen muziekleider van de wijk op toe dat de gekozen muziek en instrumenten in de kerkbijeenkomsten gepast zijn (zie de richtlijnen in 19.4.2).

  • Zij bieden hun steun aan een wijkkoor door leden tot deelname aan te moedigen en een tijd voor koorrepetities te reserveren die niet botst met andere wijkaangelegenheden.

  • Zij stimuleren de leden om de lofzangen mee te zingen in de eredienst.

  • Zij stimuleren de leden om thuis opbouwende muziek te gebruiken (zie 19.8).

19.2.2

Muziekadviseur van de wijk

Een lid van de bisschap fungeert als muziekadviseur van de wijk. Hij houdt toezicht op het muziekprogramma in de wijk, adviseert de algemeen muziekleider van de wijk en behartigt het muziekprogramma in vergaderingen voor leidinggevenden.

19.2.3

Algemeen muziekleider van de wijk

De functie van algemeen muziekleider van de wijk kan door een man of een vrouw vervuld worden. Onder leiding van de muziekadviseur van de wijk heeft de algemeen muziekleider van de wijk de volgende taken:

  • Informeert de bisschap over zaken die de muziek betreffen.

  • Zorgt voor doeltreffende, gepaste muziek in de avondmaalsdienst en andere bijeenkomsten in de wijk.

  • Informeert leidinggevenden van de wijk, geeft op verzoek muziekcursussen en voorziet in andere behoeften op muzikaal gebied.

  • Beveelt muziekcursussen aan en ziet erop toe (zie 19.7).

  • Beveelt desgevraagd muziekactiviteiten aan en zorgt voor de uitvoering.

  • Beveelt op verzoek van de muziekadviseur van de wijk leden aan voor muziekfuncties. Hij of zij ziet toe op functionarissen met een muziekfunctie in de wijk.

De algemeen muziekleider van de wijk ontvangt naar behoefte instructie en steun van de algemeen muziekleider van de ring.

19.2.4

Dirigent van de wijk

Onder leiding van de algemeen muziekleider van de wijk doet de dirigent aanbevelingen voor de lofzangen in de avondmaalsdiensten en voor eventuele andere bijeenkomsten in de wijk. Dezelfde persoon kan in de roepingen van algemeen muziekleider en dirigent van de wijk functioneren.

19.2.5

Organist of pianist van de wijk

De organist of pianist van de wijk zorgt voor het pre- en postludium en de begeleiding van de lofzangen tijdens de avondmaalsdienst en eventuele andere bijeenkomsten in de wijk.

19.2.6

Dirigent en organist/pianist van het wijkkoor

De dirigent van het wijkkoor doet aanbevelingen voor de koormuziek en leidt de repetities en uitvoeringen van het koor (zie 19.4.5).

De organist/pianist van het wijkkoor begeleidt het koor bij repetities en uitvoeringen.

19.2.7

Dirigent, pianist of organist van de priesterschap

De roepingen van dirigent, organist of pianist in de priesterschap zijn opgeheven.

19.3

Muziek in de wijk aanpassen aan plaatselijke omstandigheden en mogelijkheden

De richtlijnen in dit hoofdstuk kunnen aan de plaatselijke behoeften worden aangepast. In een kleine wijk kan de algemeen muziekleider bijvoorbeeld ook het koor en de muziek in de avondmaalsdienst en bij andere gelegenheden leiden. Een pianist kan spelen in de avondmaalsdienst, voor het koor en in overige bijeenkomsten.

Als niemand piano kan spelen, bieden de volgende hulpmiddelen uitkomst:

  1. Cd’s van lofzangen en kinderliedjes zijn verkrijgbaar op store.ChurchofJesusChrist.org.

  2. De lofzangen en kinderliedjes zijn als MP3-bestanden te downloaden van music.ChurchofJesusChrist.org.

  3. Sommige kerkgebouwen beschikken over een digitale piano of orgel waarin lofzangen zijn geprogrammeerd.

Er zijn soms muziekcursussen en keyboards beschikbaar voor mensen die nu of in de toekomst een roeping op het gebied van muziek vervullen (zie 19.7).

19.4

Muziek in de wijk

Gepaste muziek is een essentieel onderdeel van de kerkbijeenkomsten, vooral de avondmaalsdienst. Een zorgvuldige keuze en een goede uitvoering van de muziek kunnen in belangrijke mate de geest van aanbidding verhogen. De muziek dient eerbiedig te zijn en aan te sluiten bij het karakter van de bijeenkomst. Priesterschapsleiders bepalen welke muziek geschikt is.

19.4.1

Muziek plannen voor erediensten

De leden die een muziekfunctie vervullen, kiezen samen gepaste muziek uit voor de eredienst. De bisschop en zijn raadgevers kiezen zo mogelijk ruim van tevoren een thema voor de dienst. Dit stelt de algemeen muziekleider, dirigent en koordirigent in staat de lofzangen, muzikale bijdragen en kooruitvoeringen te plannen die het thema onderstrepen en aanvullen. Dit geeft de bisschap ook voldoende tijd om de muziek voor de dienst vooraf goed te keuren.

19.4.2

Richtlijnen voor het kiezen van gepaste muziek voor erediensten

Alle kerkmuziek moet aan de volgende richtlijnen voldoen.

De lofzangen vormen de basis van de muziek in de eredienst en zijn de standaard voor de kerkelijke samenzang. Daarnaast kan andere gepaste muziek gebruikt worden voor het preludium en postludium, voor koormuziek en voor bijzondere muzikale bijdragen. Als er andere muziek dan de lofzangen wordt gebruikt, moet die in overeenstemming zijn met de geest van de lofzangen. De teksten moeten leerstellig juist zijn. (Zie ‘Lofzangen voor bijeenkomsten’, Lofzangen, 246–247.)

Profane muziek mag tijdens de zondagse bijeenkomsten niet de plaats innemen van gewijde muziek. Niet alle godsdienstig georiënteerde muziek in populaire stijl gebracht, is geschikt voor de avondmaalsdienst. Veel gewijde muziek die wel geschikt is voor concerten en recitals, is niet geschikt voor de eredienst in de kerk.

De muziek in de kerkbijeenkomsten moet geen overmatige aandacht trekken. De muziek is voor aanbidding, niet om een uitvoering ten gehore te brengen.

Orgels en piano’s of hun elektronische varianten, zijn de standaardinstrumenten in de kerkdiensten. Als er andere instrumenten worden gebruikt, moet het gebruik ervan in overeenstemming zijn met de geest van de bijeenkomst. Instrumenten met een doordringend of minder devoot geluid, zoals de meeste koperen blaasinstrumenten en slagwerk, zijn niet geschikt voor de avondmaalsdienst.

Livebegeleiding is gebruikelijk tijdens de avondmaalsdienst en andere wijkbijeenkomsten. Als er geen piano of orgel is, of niemand die het instrument kan bespelen, mogen er passende muziekopnamen gebruikt worden (zie 19.3).

De muziek in kerkdiensten wordt doorgaans gezongen in de landstaal van de aanwezigen.

19.4.3

Gebruikelijke muzikale elementen in de eredienst

19.4.3.1

Pre- en postludium

Een rustig pre- en postludium scheppen een eerbiedige sfeer die de aanwezigheid van de Geest in de dienst bevordert. De organist of pianist speelt doorgaans vóór en na een dienst vijf tot tien minuten lofzangen of andere gepaste muziek. Het spelen van lofzangen brengt de leden de leringen van het evangelie in herinnering.

19.4.3.2

Kerkelijke samenzang

De meeste bijeenkomsten in de kerk worden opgeluisterd door lofzangen. Muziek geeft alle leden de gelegenheid om deel te nemen aan de kerkelijke eredienst. Samenzang heeft een uniek en vaak onderbenut vermogen om de leden tijdens de eredienst samen te binden.

Waar dat gepast is, mag een priesterschapsleider de aanwezigen vragen om tijdens een tussenlofzang of volkslied te gaan staan. (Zie ‘Lofzangen voor bijeenkomsten’, Lofzangen, 246–247.)

19.4.3.3

Bijzondere muzikale bijdragen

Muzikale bijdragen kunnen verzorgd worden door koren, vocale en instrumentale solisten, en kleine groepen. Lofzangen en andere gepaste muziek zijn gebruikelijk (zie 19.4.2).

19.4.4

Avondmaalsdiensten

De bisschap keurt de muziek voor de avondmaalsdienst goed. De muziek en liedteksten moeten heilig, waardig en anderszins geschikt zijn voor de avondmaalsdienst. De muziek tijdens de avondmaalsdienst is ter aanbidding, niet om een uitvoering ten gehore te brengen.

De openings- en de slotlofzang worden doorgaans door de aanwezigen gezongen. (Zie ‘De juiste lofzang kiezen’, Lofzangen, 246.) Naast het zingen van de voor velen bekende en geliefde lofzangen, worden de leden aangemoedigd om vertrouwd te raken met nieuwe of minder bekende lofzangen. Dirigenten streven naar een goede balans tussen bekende favoriete lofzangen en lofzangen die minder bekend zijn. (Zie ‘Lofzangen voor bijeenkomsten’, Lofzangen, 246–247.)

De avondmaalslofzang wordt altijd door de aanwezigen gezongen. Het lied moet verband houden met het avondmaal zelf of het zoenoffer van de Heiland. Deze lofzang mag niet door solozang of instrumentale muziek vervangen worden. Er mag tijdens het avondmaalsgebed en de ronddiening geen muziek, in welke vorm dan ook, gespeeld worden, ook niet als postludium nadat het avondmaal is rondgediend.

Een muzikale bijdrage of samenzang kan plaatsvinden na het avondmaal of tussen twee sprekers in (zie 19.4.3.3).

Een eventueel muzikaal programma moet eenvoudig en eerbiedig zijn, en kort genoeg om ruimte te laten voor een gesproken boodschap. De avondmaalsdienst wordt niet verzorgd door muziekgroepen van buitenaf. Recitals, concerten en musicals zijn niet gepast voor de avondmaalsdienst.

19.4.5

Koren

Iedere wijk dient naar een actief wijkkoor te streven dat ten minste eenmaal per maand in de avondmaalsdienst zingt. De leden van de wijk kunnen op vrijwillige basis deelnemen aan het koor of de bisschop kan hen daarvoor vragen of roepen.

In een zeer kleine gemeente kan een koor uit alle aanwezigen bestaan. In een grote wijk met veel mensen en mogelijkheden kan de bisschap koorfunctionarissen roepen, zoals een president, secretaris, mediathecaris en sectieleiders.

Kerkkoren wordt aangeraden hun repertoire voornamelijk op het zangboek te baseren omdat in de lofzangen de waarheden van het herstelde evangelie tot uiting komen. Bewerkingen van lofzangen en andere gepaste koormuziek mogen ook gebruikt worden (zie 19.4.2).

Zie Lofzangen, p. 247–249 voor informatie over het gebruik van lofzangen voor koren. Zie Conducting Course, p. 73–83 voor aanvullende instructies over het dirigeren van koren.

Voor toetreding tot het wijk- en ringkoor wordt geen auditie gehouden. Repetities duren meestal niet langer dan een uur.

Behalve het wijkkoor kunnen ook koren van de ZHV, de priesterschap, de jeugd, de kinderen en gezinnen gevraagd worden om in bijeenkomsten van de kerk lofzangen en andere gepaste liederen te zingen.

19.4.6

Muziek in de klas

Het zingen van een lofzang kan dienen als inleiding tot of bekrachtiging van de behandelde evangeliebeginselen in een les. Leidinggevenden moedigen de leerkrachten aan om hun onderwijs met lofzangen kracht bij te zetten.

19.5

Muziek: leidinggevenden in de ring

19.5.1

Ringpresidium

De ringpresident en zijn raadgevers zien toe op de muziek in de ring. Zij roepen en stellen leden uit de ring overeenkomstig deze paragraaf aan om op ringniveau in de muziek werkzaam te zijn.

19.5.2

Muziekadviseur van de ring

Het ringpresidium wijst een hogeraadslid aan als muziekadviseur van de ring. Op aanwijzing van het presidium houdt hij toezicht op het muziekprogramma in de ring, adviseert de algemeen muziekleider van de ring en behartigt het muziekprogramma in de ringraad.

Met toestemming van het ringpresidium kan de muziekadviseur van de ring leden uit de ring roepen en aanstellen voor muziekfuncties in de ring.

19.5.3

Algemeen muziekleider van de ring

De functie van algemeen muziekleider van de ring kan door een man of een vrouw vervuld worden. Onder leiding van het ringpresidium heeft de algemeen muziekleider van de ring de volgende taken:

  • Adviseert het ringpresidium in zaken die de muziek betreffen.

  • Regelt op verzoek de muziek en musici voor ringconferenties en andere bijeenkomsten en evenementen op ringniveau.

  • Staat ter beschikking van de algemeen muziekleiders van de wijken voor training en hulp en verleent desgewenst advies aan de leidinggevenden in de ring.

  • Beveelt muziekcursussen in de ring aan en ziet erop toe (zie 19.7).

  • Beveelt desgevraagd muziekactiviteiten in de ring aan en zorgt voor de uitvoering.

19.5.4

Muziekdeskundigen van de ring

Muziekdeskundigen van de ring, met inbegrip van een ringorganist, kunnen naar behoefte worden geroepen. Die deskundigen kan worden gevraagd om in een specifieke bijeenkomst van de ring de muziek te verzorgen, telkens als die bijeenkomst plaatsvindt. Zij kunnen ook de taak krijgen om muziekcursussen te verzorgen (zie 19.7) of te helpen met de muziek voor ringactiviteiten.

19.6

Muziek in de ring

19.6.1

Ringconferentie

De muziek voor de ringconferentie wordt gepland met het doel om het geloof en getuigenis van de aanwezigen te versterken. In een vroeg stadium van de voorbereiding beoordeelt de presiderende autoriteit van een ringconferentie alle voorgestelde muziek voor de conferentie.

De muziek voor de algemene bijeenkomst van een ringconferentie omvat meestal vier uitvoeringen. De aanwezigen zingen de openings- en de tussenlofzang. Een koor kan de andere twee muzikale uitvoeringen verzorgen, mogelijk direct vóór de eerste spreker en aan het einde van de bijeenkomst. Ten minste een van de twee uitvoeringen van het koor moet een lofzang van de kerk zijn of een bewerking ervan. De koren kunnen gevormd worden uit wijkkoren, of bestaan uit kinderen, jongeren, priesterschapsdragers, ZHV-zusters of gezinnen.

Zie 19.4.2 voor richtlijnen over het kiezen van gepaste muziek.

19.6.2

Ringkoren en koren van meerdere ringen

Met de goedkeuring van priesterschapsleiders kunnen ringkoren en koren van meerdere ringen gevormd worden voor ringconferenties, regionale conferenties en andere gelegenheden, zoals evenementen in de gemeenschap. Na het optreden wordt het koor ontbonden totdat een andere gelegenheid zich voordoet. Deze koren moeten de deelname van leden aan wijkkoren niet in de weg staan.

Bestaande gemeenschapskoren die voornamelijk onder leiding staan van en bestaan uit leden van de kerk, functioneren niet onder auspiciën van de kerk. Dergelijke koren dienen in de naamvoering geen verwijzingen naar de kerk te bezigen, zoals ‘HLD’, ‘Heiligen der Laatste Dagen’, ‘Mormoons’ of (Engelstalige) varianten daarvan (zie 38.8.39). Met de goedkeuring van de priesterschapsleiders van de ring mogen gemeenschapskoren in een kerkgebouw koorrepetities en uitvoeringen houden, mits zij zich houden aan de kerknormen en richtlijnen inzake activiteiten en financiën.

19.7

Muziekcursussen

Het aanleren van elementaire muzikale vaardigheden stelt leden in staat hun talenten in de kerk in te zetten. Met toestemming van de priesterschapsleiders kunnen de algemeen muziekleiders van de ring en de wijk cursussen, instructiebijeenkomsten en workshops op muziekgebied organiseren. De cursussen kunnen gehouden worden voor wie nu en mogelijk in de toekomst functies in de muziek bekleden. Deelnemers kunnen zijn: dirigenten op ring- en wijkniveau, koordirigenten, pianisten en organisten. Andere geïnteresseerde volwassenen en jongeren, inclusief toekomstige zendelingen, kunnen er ook aan deelnemen. De cursussen van de kerk zijn gratis.

In de jaarlijkse muziekcursussen kunnen worden opgenomen: cursussen voor dirigenten, training voor koordirigenten, keyboardcursussen op wijkniveau en organistencursussen op ring- en wijkniveau. Algemeen muziekleiders kunnen met de priesterschapsleiders overleggen en geschikte instructeurs aanbevelen die dergelijke cursussen kunnen geven. Als er geen muziekdeskundige van de ring is geroepen om cursussen te verzorgen, kunnen wijkdirigenten samenkomen om ideeën uit te wisselen, of kan het ringpresidium hulp van buiten de ring inroepen.

Met de Conducting Course Kit en de Keyboard Course Kit leren de cursisten elementaire muzikale vaardigheden. In de Conducting Course komen ook instructies voor het organiseren en dirigeren van koren aan de orde. Deze materialen zijn verkrijgbaar op store.ChurchofJesusChrist.org.

Als er geen redelijk alternatief is, kunnen de priesterschapsleiders toestemming geven voor het gebruik van de piano en het orgel van het kerkgebouw om te oefenen, voor betaalde privélessen, en voor recitals waarbij leden betrokken zijn van de units die het kerkgebouw gebruiken. Voor recitals wordt geen entreegeld gevraagd.

De algemeen muziekleider van de wijk zoekt mogelijkheden om musici in de dop hun talenten te laten ontwikkelen.

19.8

Muziek thuis

Priesterschapsleiders en dirigenten moedigen de leden van de kerk aan om thuis opbouwende muziek te gebruiken, het zangboek en het boek Kinderliedjes in huis te hebben en daar samen uit te zingen. Over muziek thuis heeft het Eerste Presidium gezegd:

‘De lofzangen kunnen een sfeer van vrede en verfijning in ons gezin brengen, en liefde en eenheid onder de gezinsleden opwekken.

‘Leer uw kinderen van de lofzangen te houden. Zing ze op de sabbat, op de thuisavond, bij de Schriftstudie, voor het gebed. Zing terwijl u samen werkt, samen speelt en samen reist. Zing lofzangen als slaapliedjes, om zo in uw kleintjes de eerste basis van geloof en getuigenis te leggen.’ (LofzangenVIII.)

De leden kunnen door de kerk uitgebrachte muziekopnamen gebruiken als begeleiding bij het zingen en om de lofzangen en de jeugdwerkliedjes te leren. Deze opnamen zijn verkrijgbaar op store.ChurchofJesusChrist.org. De leden kunnen ook op music.ChurchofJesusChrist.org terecht om vertrouwd te raken met kerkmuziek, elementaire muzikale vaardigheden te ontwikkelen en uit andere nuttige muziekbronnen te putten.

Ouders moedigen hun kinderen aan om zich muzikaal te ontwikkelen waardoor ze hun talenten in de kerk kunnen gebruiken.

De bisschap kan sprekers in de avondmaalsdienst zo nu en dan opdragen te spreken over het gebruik van muziek thuis. Af en toe kan een gezin in de avondmaalsdienst een lofzang of een jeugdwerklied zingen.

19.9

Aanvullende beleidsregels en richtlijnen voor muziek

19.9.1

Andere muziek in de kapel

Bepaalde culturele en recreatieve muziek kan op weekdagen in de kapel gespeeld worden. De recreatiezaal is doorgaans echter een betere plaats voor dergelijke muziek. De plaatselijke priesterschapsleiders geven uitsluitsel bij vragen over gepaste muziek in de kapel. Applaus is meestal niet gepast in de kapel.

19.9.2

Muziek aanschaffen en gebruiken

Nieuwe kerkgebouwen krijgen een bepaald aantal zangboeken. Meer zangboeken, koormuziek en andere muziek worden uit het ring- of wijkbudget aangeschaft. De priesterschapsleiders kunnen de algemeen muziekleider van de ring of wijk vragen een jaarlijks budget voor die muziek op te stellen. Muziek die uit het budget wordt aangeschaft, wordt doorgaans in het leermiddelencentrum bewaard en is bestemd voor alle units die van het leermiddelencentrum gebruikmaken. De algemeen muziekleider van de ring of de wijk kan de deskundige leermiddelencentrum helpen met het opstellen van een register van deze muziek.

19.9.3

Piano’s, orgels en keyboards

Als er een orgel beschikbaar is, wordt het doorgaans voor het pre- en postludium en de begeleiding van lofzangen gebruikt. Ook kan een piano gebruikt worden als er geen orgel of organist beschikbaar is.

De piano en het orgel tegelijk bespelen is niet gebruikelijk in kerkbijeenkomsten. Toch mogen die instrumenten incidenteel samen worden gebruikt.

Als er geen piano of orgel beschikbaar is, kan een draagbaar elektronisch keyboard worden gebruikt.

19.9.3.1

Muziekinstrumenten aanschaffen

Kerkgebouwen worden meestal voorzien van een orgel, piano’s of elektronische keyboards. De priesterschapsleiders kunnen informatie inwinnen bij de afdeling inkoop van de hoofdzetel van de kerk of bij het gebiedskantoor over de aanschaf of de vervanging van instrumenten.

19.9.3.2

Onderhoud van muziekinstrumenten

De bisschop-beheerder van elk kerkgebouw en de vertegenwoordiger onroerend goed (een hogeraadslid) zorgen dat de piano’s en het orgel gestemd, onderhouden en zo nodig gerepareerd worden.

19.9.4

Auteursrecht

Zie 38.8.13.

19.9.5

Muziek voor een huwelijksplechtigheid

Een huwelijksplechtigheid die thuis of in het kerkgebouw wordt gehouden, kan omvatten: een preludium, lofzangen, speciale muziek en een postludium. De voltrekking van een burgerlijk huwelijk verloopt eenvoudig, stemmig en zonder spektakel. Als een huwelijksplechtigheid in een kerkgebouw plaatsvindt, is een bruidsmars niet gepast.

19.9.6

Muziek voor een uitvaartdienst

Zie 29.6.5.

19.9.7

Muziek voor een doopdienst

Zie 18.7.2.

19.10

Muzikale hulpbronnen online

Ga voor aanvullende hulpbronnen naar music.ChurchofJesusChrist.org en ‘Music Callings’ op ChurchofJesusChrist.org.