Taalgebruik
vorige volgende

Taalgebruik

Laat er geen vuile taal uit uw mond komen, maar wel iets goeds.

Telephone communications

Uit je taalgebruik zou moeten blijken wie je bent als zoon of dochter van God. Nette en intelligente taal duidt op een helder en gezond verstand. Door opbouwende, bemoedigende, welwillende taal te gebruiken, bied je de Geest de kans om bij je te zijn. Onze woorden zouden net als onze daden vol geloof, hoop en naastenliefde moeten zijn.

Kies vrienden die nette taal gebruiken. Door je goede voorbeeld kun je anderen helpen om hun taalgebruik te verbeteren. Loop weg of verander beleefd van onderwerp als anderen onbeschofte taal gebruiken.

Praat vriendelijk en positief over anderen. Kies ervoor anderen niet te beledigen of te kleineren, ook niet als grapje. Roddel niet en spreek geen boze woorden. Als je eigenlijk iets lelijks of pijnlijks zou willen zeggen, houd dan je mond.

Gebruik de namen van God en Jezus Christus met eerbied en respect. Misbruik van Gods naam is een zonde. Spreek je Vader in de hemel in je gebeden eerbiedig en met respect aan. De Heiland gebruikte eerbiedige taal in het Onzevader (zie Matteüs 6:9–12).

Gebruik geen godslasterlijke, onbeschofte of grove taal of gebaren, en vertel geen schuine moppen of verhalen. Dat is beledigend voor God en je medemens.

Denk eraan dat de normen voor je taalgebruik van toepassing zijn op alle vormen van communicatie, inclusief sms’en met een mobiele telefoon of chatten op het internet.

Als je gewoon bent om taal te gebruiken die niet in overeenstemming is met deze normen — zoals vloeken, sarren, roddelen of tieren — kun je je veranderen. Bid om hulp. Zeg tegen je gezinsgenoten en vrienden dat je nette taal wilt gebruiken en dat je hun hulp daarbij nodig hebt.

Social interaction