Aanhangsel
vorige

De geboden

De twee grote geboden

  1. Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand Dit is het grote en eerste gebod.

  2. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

De tien geboden

  1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

  2. Gij zult u geen gesneden beeld maken.

  3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken.

  4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt.

  5. Eer uw vader en uw moeder.

  6. Gij zult niet doodslaan.

  7. Gij zult niet echtbreken.

  8. Gij zult niet stelen.

  9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

  10. Gij zult niet begeren.