Geloof in God
vorige volgende

Geloof in God

Boven (van links naar rechts): Margaret S. Lifferth, eerste radgeefster; Cheryl C. Lant, presidente; en Vicki F. Matsumori, tweede raadgeefster.

Margaret S. Lifferth
Cheryl C. Lant
Vicki F. Matsumori

Shelby van negen sprak tijdens de gezinsavond het openingsgebed uit. Haar moeder zei: ‘Shelby, ik denk dat je bijna klaar bent met een van je opdrachten uit Geloof in God. Je hebt een paar weken geleden het slotgebed op de gezinsavond uitgesproken. Nu moet je ons nog vertellen hoe het gebed ons beschermt en ons helpt om dicht bij onze hemelse Vader en de Heiland te blijven.

Shelby ging de kamer uit en kwam terug met haar dagboek. Ze las voor dat ze enkele dagen eerder achterin de auto om hulp had gebeden toen de auto niet wilde starten. Bijna meteen was er een buurman gekomen om te helpen. Shelby had eraan gedacht om te bidden omdat ze aan de opdracht uit Geloof in God had zitten denken.

Net als veel kinderen uit de hele wereld heeft Shelby gemerkt dat Geloof in God meer is dan een programma. Het is een manier om geloof te ontwikkelen door het evangelie van Jezus Christus na te leven.

Toen het programma Geloof in God in 2003 werd geïntroduceerd, schreven president Gordon B. Hinckley, president Thomas S. Monson en president James E. Faust in een brief: ‘Wij willen graag dat jongens en meisjes groter geloof en grotere moed ontwikkelen door het evangelie te leren en na te leven, zich dienstbaar op te stellen tegenover andere mensen en hun talenten te ontwikkelen.’ (Brief van het Eerste Presidium, 2 april 2003.)

In deze wereld heb je veel geloof en moed nodig. Je kunt deze eigenschappen ontwikkelen door iedere dag te bidden, geregeld de Schriften te bestuderen en de geboden te onderhouden. Deze en andere manieren om het evangelie na te leven maken deel uit van het lijst met vereisten in het boekje. Als je acht wordt, krijg je het boekje Geloof in God.

In sommige gebieden in de wereld komen kinderen twee keer per maand bij elkaar met een leidster activiteitendagen om vriendschappen te versterken, evangeliebeginselen te leren en plezier te hebben. In andere delen van de wereld, waar niet veel leden van de kerk zijn of waar de afstanden tussen de leden te groot zijn, werken de kinderen met een ouder of zelf aan hun Geloof in God. Wat jouw situatie ook is, het belangrijkste is dat je een manier vindt om het evangelie van Jezus Christus na te leven.

De jeugdwerkleidsters kunnen je daarbij helpen. De leden van het jeugdwerkpresidium kunnen je aanmoedigen en je de kans geven om verslag uit te brengen over opdrachten die je hebt gedaan. De leerkrachten kunnen je helpen de geloofsartikelen uit het hoofd te leren. Voor jongens in de Verenigde Staten en Canada kunnen de nestleiders bepaalde scoutingactiviteiten op de doelen van Geloof in God afstemmen.

Geloof in God is ook een manier om het gezin te versterken. Lindsey was net acht geworden en had haar exemplaar van Geloof in God ontvangen. Haar ouders hadden het boekje met haar doorgenomen. Lindsey had aangeboden om tijdens een gezinsavond de les te geven. Ze koos een van de onderwerpen uit Geloof in God. Met de hulp van haar ouders gaf Lindsey de les en had ze een opdracht uitgevoerd.

Andere gezinnen hebben ook Geloof in God gebruikt in hun gezinsavond. Er is een gezin dat iedere week een ander geloofsartikel bestudeerde en uit het hoofd leerde. Een ander gezin liet hun kinderen een activiteit uit het boekje kiezen als het kind aan de beurt was om les te geven.

Voor een vrijwilligersproject (zie pagina 9 in het boekje) besloot Michaels gezin om appeltaarten te maken die ieder lid van het gezin naar iemand toe kon brengen. Michael vroeg of hij zijn taart naar een gezin mocht brengen dat onvriendelijk was geweest. Hoewel zijn moeder twijfelde of dat wel zo verstandig was, bleef Michael aandringen. Als gezin gaven ze de taart af. Ze kwamen erachter dat het gezin een moeilijke tijd doormaakte en dat de onvriendelijkheid niet op hen gericht was. De twee gezinnen sloten vriendschap omdat Michael het evangelie van Jezus Christus wilde naleven.

Als je aan alle vereisten hebt voldaan, krijg je het certificaat dat achter in het boekje zit. De jeugdwerkpresidente en de bisschop of gemeentepresident zullen het tekenen. Maar de grootste zegen is dat je goede dingen hebt geoefend zodat je beter het evangelie kunt naleven en sterk en moedig kunt zijn.

Als je aan alle vereisten uit Geloof in God voldoet, zul je ook beter zijn voorbereid om het Aäronisch priesterschap te ontvangen of een rechtschapen jongevrouw worden. Dan heb je je op een rechtschapen leven voorbereid en heb je de kans gehad om het evangelie na te leven, anderen te helpen en je talenten te ontwikkelen. Maar het beste is dat je je getuigenis van Jezus Christus hebt versterkt.