Je Goliats verslaan
vorige volgende

Je Goliats verslaan

‘Deze dag zal de Here u in mijn macht overleveren (…), opdat de gehele aarde wete, dat Israël een God heeft’ (1 Samuël 17:46).

We krijgen allemaal met Goliats te maken: beproevingen, moeilijkheden en verleidingen die onoverkomelijk lijken. Maar als we op God vertrouwen en ons deel doen, kunnen we ze net als David overwinnen. President Gordon B. Hinckley (1910–2008) heeft gezegd: ‘Als er verleidingen op uw pad komen, noem die dan de opschepperige, bedrieglijke reus “Goliat” en doe wat David met de Filistijn uit Gat deed.’ (‘Onze Goliats overwinnen’, Liahona, februari 2002, p. 5.)

Wat kunnen leren van de strijd tussen David en Goliat als we 1 Samuël 17 lezen? Hoe werd David door zijn vertrouwen in God geholpen? Hoe was hij op de strijd voorbereid? Hoeveel invloed kan één tiener hebben in de opbouw van het koninkrijk van de Heer?

Hier zijn enkele bijzonderheden als aanvulling op je studie van dit opmerkelijke verhaal.

Een slingeraar doet beide einden van de slinger in zijn werphand, waarbij hij soms de ene kant van de slinger rond zijn vingers bindt en de andere kant tussen zijn duim en wijsvinger houdt. In de regel slingert de slingeraar de slinger niet boven zijn hoofd in de rondte, maar slingert een enkele keer en laat dan met een gooibeweging (boven- of onderhands) het einde tussen zijn duim en wijsvinger los om de steen te werpen.

De slingers werden vroeger gemaakt van een lange reep gevlochten wol of vlas met een zakje in het midden voor de steen. Hoe langer de slinger was, hoe verder de steen gegooid kon worden. De langste slingers konden een steen zo’n 250 meter ver gooien, met een snelheid tussen de 100 en 160 kilometer per uur.

Slingeraars gaven de voorkeur aan stenen die rond en iets zwaarder waren omdat die nauwkeuriger gericht konden worden. De stenen hadden meestal een doorsnee van zo’n vijf centimeter (ongeveer de grootte van een golfbal).

David was waarschijnlijk niet veel ouder dan een jaar of zestien toen hij met Goliat vocht. Hij wordt beschreven als ‘rossig’, met rood haar of rode wangen (jeugdig).

Een leeuw en een beer vielen de kudde van Davids vader aan en werden door David verslagen, waardoor hij het zelfvertrouwen kreeg om tegen Goliat te vechten.

Goliats pantser woog ‘vijfduizend sikkels’, tussen de 57 en 90 kilogram.

De schacht van Goliats lans was ‘als een weversboom’ — waarschijnlijk zo’n 9 kilogram. De punt van de lans woog ‘zeshonderd sikkels ijzer’ — 7 tot 11 kilogram.

De Filistijnen waren waarschijnlijk afkomstig uit het gebied rond de Egeïsche Zee. Goliat kan afkomstig zijn geweest van een volk dat als erg lang (‘reuzen’) bekend stond. (Zie Deuteronomium 2:10–11; Jozua 11:22.)

Goliats helm was waarschijnlijk van brons, koper of ijzer gemaakt. Hij kan aan een halsstuk zijn vastgemaakt dat diende om de rug en de nek te beschermen.